Gemak dient de mens. Of juist niet?
“Waarom laat je AI een analyse maken van deze casus?”
“Omdat ik het dan zelf niet hoef te doen.”
“Hou je niet van denkwerk?”
“Jawel. Ik vind het juist leuk om dingen uit te zoeken.”
“Maar waarom doe je het dan niet zelf?”
“Gewoon. Vanwege het gemak.”
Dit gesprek voerde ik onlangs met een eerstejaars advocaat.
En vooral de vanzelfsprekendheid waarmee gemak als argument werd gebruikt, bleef bij mij hangen. Want wat gebeurt er eigenlijk als gemak de belangrijkste reden wordt om iets níét zelf te doen?
AI kan je veel werk uit handen nemen. Maar je wordt vooral een goede jurist door heel veel zelf te doen: learning by doing. Door zelf een casus te analyseren, verbanden te leggen, te twijfelen, een standpunt in te nemen en je onderbouwingen voortdurend aan te scherpen, ontwikkel je gaandeweg je juridische oordeelsvermogen.
Maar dat weten we inmiddels wel.
Er is iets anders. Misschien wel iets veel belangrijkers.
Zelf iets uitzoeken. Zelf tot een conclusie komen. Zelf een ingewikkeld probleem oplossen.
Dat geeft je iets wat een door AI gegenereerd antwoord je niet zomaar geeft:
het gevoel: dit heb ík gedaan!
Niet alleen het resultaat telt.
Ook het plezier van de inspanning.
De voldoening van iets zelf kunnen.
En de trots die daarbij hoort.
Gemak bespaart energie.
Maar als je structureel bijna alles uitbesteedt wat inspanning kost, bespaar je misschien óók op iets anders:
op de ontwikkeling van jezelf tot een tevreden mens en professional.
De vraag is daarom niet of je AI moet gebruiken.
De vraag is:
Wat wil jij zelf blijven doen, juist omdat het je plezier en voldoening geeft?